Besmettelijke ziekten & profylactische maatregelenIn geval van besmettelijke ziekten bij leerlingen of
onderwijspersoneel moet het CLB maatregelen nemen die de verdere
verspreiding van die ziekten helpen voorkomen: dat zijn de zogenaamde
profylactische maatregelen. De directeur van een school moet contact opnemen met het CLB, zodra: Dit betekent zeker niet dat de schooldirecteur de ouders en leerlingen moet aansporen om elke besmettelijke ziekte aan de school te melden. Het is immers niet de bedoeling dat de schooldirectie de tussenpersoon wordt tussen de arts en de ouders of leerlingen bij het melden van allerlei ziekten. De CLB-arts moet wel zo vlug mogelijk op de hoogte zijn van het uitbreken van een besmettelijke ziekte. Dit kan gebeuren door de ouders rechtstreeks, door middel van de huisarts of door de schooldirectie indien deze op de hoogte werd gesteld door de ouders. De schooldirectie kan in geen geval initiatieven nemen zonder overleg met de CLB-arts. Soms moet een klas of een school zelfs worden gesloten ten gevolge van een besmettelijke ziekte. In zo’n geval moet de directeur van de school, in overleg met het centrum: De directeur van de school kan de school of de klas bovendien pas na de instemming van de arts infectieziektebestrijding van de afdeling Toezicht Volksgezondheid opnieuw openen. Als er bij een leerling of een personeelslid van een school een besmettelijke ziekte wordt vastgesteld, kan het CLB drie soorten maatregelen treffen: Wanneer een CLB zich geconfronteerd ziet met een besmettelijke ziekte, moet de CLB-arts de CLB-inspectie hiervan niet rechtstreeks op de hoogte brengen.
|