|
U bent hier: Onderwijs en Vorming
> Edulex
|
Toepassing van de bedrijfsvoorheffing - Vermindering(en) wegens gezinslasten
1. BEDRIJFSVOORHEFFING - NOODZAKELIJKE GEGEVENS Een correcte inhouding van de bedrijfsvoorheffing is inherent aan de salarisberekening. Het is immers de bedoeling dat de bedrijfsvoorheffing zoveel mogelijk overeenstemt met de op het inkomen verschuldigde (eind)belasting. Om een correcte inhouding van de bedrijfsvoorheffing mogelijk te maken is het onontbeerlijk dat het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming beschikt over de meest actuele en correcte informatie i.v.m. de gezinssituatie van het personeelslid. Volgende elementen hebben een invloed op de berekening van de bedrijfsvoorheffing: - de burgerlijke staat van het personeelslid; - indien het personeelslid gehuwd is of wettelijk samenwonend: . de beroepsinkomsten van de partner; . de keuzeplicht voor alle echtparen inzake de toekenning van de verminderingen inzake gezinslasten; - de gezinslasten. Deze omzendbrief beoogt een zo correct mogelijke inhouding van de bedrijfsvoorheffing, dit in het belang van ieder personeelslid. Voor de personeelsleden die zouden vaststellen dat het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming zich bij de berekening van hun bedrijfsvoorheffing niet (meer) op de juiste informatie m.b.t. hun gezinstoestand zou baseren, dienen de correcte en actuele gegevens zo spoedig mogelijk aan het bevoegde werkstation te worden meegedeeld. De burgerlijke staat van het personeelslid kan enkel één van de volgende zijn: . ongehuwd . gehuwd of wettelijk samenwonend . weduwe of weduwnaar . wettelijk gescheiden . feitelijk gescheiden Opmerking: Omwille van de leesbaarheid wordt verder in deze omzendbrief de term “echtgenoot” gebruikt. Uiteraard dient dit, naar gelang van het geval, gelezen te worden als “echtgenoot” of “echtgenote”. 3. GEHUWDE OF WETTELIJK SAMENWONENDE PERSONEELSLEDEN : BEROEPSINKOMSTEN VAN DE PARTNER Enkel indien het personeelslid gehuwd of wettelijk samenwonend is, hebben de beroepsinkomsten van de partner een invloed op de berekening van de bedrijfsvoorheffing. Volgende situaties kunnen zich voordoen: - de echtgenoot heeft GEEN beroepsinkomsten; - de echtgenoot heeft WEL beroepsinkomsten. In dit geval kan de grootte van de beroepsinkomsten ook een rol spelen met het oog op de eventuele toekenning van een vermindering (cf. tabel onder punt 5.b hierna, inzonderheid de verminderingen 6 en 7, alsook opmerking 1 na de tabel). 4. GEHUWDE OF WETTELIJK SAMENWONENDE PERSONEELSLEDEN : VERMINDERING WEGENS GEZINSLASTEN. KEUZEPLICHT VIA ATTEST De wettelijk samenwonenden worden gelijkgesteld met gehuwden en een wettelijk samenwonende wordt gelijkgesteld met een echtgenoot. Wanneer beide echtgenoten beroepsinkomsten verkrijgen, worden de verminderingen wegens gezinslasten, behalve die voor de gehandicapte echtgenoot, aan de door hen gekozen echtgenoot toegekend. Die keuze moet worden uitgedrukt door middel van een attest waarvan het model is vastgesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën. De vermindering voor de gehandicapte echtgenoot wordt aan de betrokkene zelf toegekend, voor zover deze persoon zelf inkomsten heeft. AAN DEZE REGELING WORDT NIETS GEWIJZIGD! TER ZAKE WORDT VERWEZEN NAAR DE OMZENDBRIEF VAN 22/8/2003, REFERENTIE PERS/2003/14 (13AC), DIE ONVERMINDERD VAN KRACHT BLIJFT. De bedrijfsvoorheffing die van het maandsalaris wordt ingehouden, wordt vastgesteld volgens de basisschalen opgenomen in de bijlage III van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Van de bedrijfsvoorheffing volgens de hiervoor bedoelde schalen, mogen evenwel nog de volgende verminderingen worden afgetrokken: a) vermindering voor kinderen ten laste:
b) verminderingen voor andere gezinslasten:
Opmerkingen: 1. Wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten waarvan het bedrag niet hoger is dan 127,00 EUR netto per maand, wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens de schaal die van toepassing is wanneer de echtgenoot GEEN beroepsinkomsten heeft. 2. De tekst van artikel 136 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 luidt als volgt: ”Artikel 136 Als ten laste van de belastingsplichtige worden aangemerkt, mits zij deel uitmaken van hun gezin op 1 januari van het aanslagjaar en zij persoonlijk in het belastbare tijdperk geen bestaansmiddelen hebben gehad die meer dan 2.990,00 EUR (basisbedrag 1.800 EUR) netto bedragen: 1° hun kinderen; 2° hun ascendenten; 3° hun zijverwanten tot en met de tweede graad; 4° personen van wie de belastingsplichtige als kind volledig of hoofdzakelijk ten laste is geweest.”. Ter verduidelijking: - met “ascendenten” wordt bedoeld: enkel ouders, grootouders, overgrootouders; - met “zijverwanten tot en met de 2de graad” wordt bedoeld: enkel broers en zussen. 3. De bepalingen van de bijlage III van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 blijven onverminderd van toepassing. 6. NAZICHT EN EXACTE VASTSTELLING VAN DE BEDRIJFSVOORHEFFING Zoals reeds gesteld in punt 1 hiervoor, zijn er verschillende elementen die de bedrijfsvoorheffing bepalen, nl.: - de burgerlijke staat van het personeelslid; - indien het personeelslid gehuwd is of wettelijk samenwonend: . de beroepsinkomsten van de partner; . de keuzeplicht voor alle echtparen inzake de toekenning van de verminderingen inzake gezinslasten; - de gezinslasten, nl. : . de kinderen ten laste (cf. punt 5, tabel a); . de andere gezinslasten (cf. punt 5, tabel b); . in voorkomend geval de handicap van het personeelslid, de echtgenoot, een kind of een andere persoon ten laste. De gegevens die door het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming gebruikt worden bij de vaststelling van de bedrijfsvoorheffing vindt u o.m. terug op de volgende documenten: - de schoollisting die maandelijks aan iedere onderwijsinstelling wordt toegezonden; - de salarisbrief die aan de personeelsleden wordt toegezonden telkens één der elementen die de wedde bepalen, wijzigt. De verklaring van de op de voormelde documenten gebruikte codes kan teruggevonden worden op de website “Weddeninfo onderwijspersoneel” (http://www.ond.vlaanderen.be/wedde), onder de trefwoorden “schoollisting” en “salarisbrief”. Het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming kan de bedrijfsvoorheffing slechts exact vaststellen wanneer het over de correcte en actuele gegevens daartoe beschikt. Hierbij wordt o.m. gewezen op het belang van een grondige, maandelijkse controle van de schoollisting. Tevens wordt ter zake ook de bijzondere aandacht gevestigd op de MELDINGSPLICHT waarbij elke wijziging in de persoonlijke toestand van het personeelslid zo spoedig mogelijk aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming moet worden meegedeeld.
Regularisaties kunnen enkel worden uitgevoerd voor het lopende fiscaal jaar, m.a.w. vanaf 1 januari 201 3 (salaris voor december 201 2 ). 7. MEDEDELING (WIJZIGING) FAMILIALE TOESTAND AAN HET VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING Elke wijziging in de familiale toestand van een personeelslid dient zo spoedig mogelijk aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming meegedeeld te worden. Ook bij elke indiensttreding moeten de persoonlijke gegevens worden meegedeeld. Deze gegevens zijn onontbeerlijk voor een correcte betaling. Hoe dient deze mededeling te gebeuren ? 7.1. Elektronische communicatie (EDISON) De familiale toestand van een personeelslid alsook de wijzigingen ter zake worden met een RL-7 gemeld. De RL-7 bestaat uit twee blokken : enerzijds de burgerlijke staat en de gegevens van de eventuele echtgenoot en anderzijds de personen ten laste. Wanneer de burgerlijke staat meegedeeld wordt, dan worden automatisch ook de gegevens in verband met personen ten laste meegestuurd. Het is echter ook mogelijk om de gegevens in verband met personen ten laste afzonderlijk op te sturen. Voor elk personeelslid moet minstens de burgerlijke staat in het elektronisch dossier terug te vinden zijn. Dit betekent dat voor personeelsleden die voor het eerst in het onderwijs in dienst komen, de burgerlijke staat (stuurcode 21004) onmiddellijk moet opgestuurd worden. Volgende gegevens zijn van belang : - burgerlijke staat : Voor de codes voor de burgerlijke staat moet gekozen worden uit volgende lijst : 1 = ongehuwd 2 = gehuwd of wettelijk samenwonend 3 = weduwe of weduwnaar 4 = wettelijk gescheiden 5 = feitelijk gescheiden - partnergegevens : De volgende partnergegevens worden enkel ingevuld als de burgerlijke staat 'gehuwd of wettelijk samenwonend' (code 2) of 'weduwe of weduwnaar' (code 3) is : - naam en voornaam partner - geboortedatum partner - datum overlijden partner : enkel bij 'weduwe of weduwnaar' - beroep partner : enkel bij 'gehuwd of wettelijk samenwonend' - aanduiding of de partner gehandicapt is : enkel bij 'gehuwd of wettelijk samenwonend' - beroepsinkomen partner : enkel bij 'gehuwd of wettelijk samenwonend'. Er zijn 4 mogelijkheden (m.i.v. 1/12/2005 is er een 4de mogelijkheid bijgekomen, namelijk de mogelijkheid “R”). De vier mogelijkheden zijn dus : N = De partner heeft geen beroepsinkomsten R = De partner heeft beperkte beroepsinkomsten, uitsluitend bestaande uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten die niet meer bedragen dan het vastgelegde bedrag vermeld in punt 5.b).7 van deze omzendbrief. B = De partner heeft beperkte beroepsinkomsten, andere of niet uitsluitend bestaande uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten die niet meer bedragen dan het vastgelegde bedrag vermeld in punt 5.b).6 van deze omzendbrief. J = De partner heeft beroepsinkomsten die hoger zijn dan de toegelaten inkomsten bij categorie R of B. - personen ten laste Samen met de burgerlijke staat kunnen ook de gegevens in verband met personen ten laste meegedeeld worden. Dit kan ook afzonderlijk gebeuren, op voorwaarde dat de burgerlijke staat reeds eerder meegedeeld werd en derhalve in het elektronisch dossier gekend is. Om de gegevens in verband met personen ten laste afzonderlijk te zenden, moet stuurcode 21005 gebruikt worden. Voor gehuwden en wettelijk samenwonende personeelsleden wordt deze informatie, voor zover beide echtgenoten beroepsinkomsten verkrijgen, enkel gemeld indien het personeelslid via het daartoe bestemde attest, aangewezen werd als begunstigde van de verminderingen wegens gezinslasten (cf. punt 4 hiervoor). De aantallen moeten als volgt ingevuld worden : - aantal gehandicapte kinderen : aantal gehandicapte kinderen, zoals gedefinieerd door de Federale Overheidsdienst Financiën - aantal gehandicapte andere personen - aantal kinderen : aantal niet-gehandicapte kinderen + aantal gehandicapte kinderen, zoals gedefinieerd door de FOD Financiën. - aantal andere personen : aantal niet-gehandicapte andere personen + aantal gehandicapte andere personen - aantal ascendenten of zijverwanten >= 65 jaar (niet gehandicapt) + aantal ascendenten of zijverwanten >= 65 jaar (wel gehandicapt) - aantal gehandicapte ascendenten of zijverwanten >= 65 jaar Een echtgenoot wordt nooit bij het aantal (gehandicapte) personen gerekend. Dit gegeven wordt meegedeeld via de partnergegevens (cf. melding burgerlijke staat - stuurcode 21004). 7.2. Communicatie via PERS-formulieren Een wijziging in de familiale toestand van een personeelslid wordt meegedeeld met een formulier PERS 6. Bij een indiensttreding worden de vereiste gegevens m.b.t. de persoonlijke toestand van een personeelslid meegedeeld met een formulier PERS 1. Deze formulieren gaan als bijlage bij de omzendbrief van 27/05/1992, kenmerk OND/I/6, “Toelichting bij de formulieren PERS”. De documenten PERS 6 en PERS 1 dienen naar het werkstation te worden gezonden. Richtlijnen voor het invullen van deze formulieren vindt u terug in de voormelde omzendbrief. 8. VERANTWOORDELIJKHEID INRICHTENDE MACHT/SCHOOLBESTUUR De verantwoordelijkheid voor de stipte naleving van de fiscale regelgeving en het tijdig toezenden van de correcte informatie aan het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming, berust integraal bij de inrichtende macht/het schoolbestuur. 9. BEVOEGDHEID VAN HET VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING Het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming kan als subsidiërende/financierende overheid ten allen tijde relevante informatie opvragen zowel aan het schoolsecretariaat als aan het personeelslid zelf. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||