Geletterdheidstrainingen organiseren
Als u besluit een geletterdheidtraining te organiseren, kunt u op zoek naar een geschikte opleiding. De volgende tips helpen u om een training te kiezen die de beste garantie biedt op een gemotiveerde deelname en een succesvolle afronding door uw werknemers. De tips zijn bedoeld als leidraad bij de organisatie van een cursus op maat, maar u kunt ze ook gebruiken om standaard cursussen te beoordelen.
De leerdoelen vastleggen
-
Gebruik de checklist De G-factor op de werkvloer om een lijst van informatieverwerkende taken op te stellen. Wanneer de werknemers voor die taken frequent gebruik maken van informatietechnologie breng dan ook de vaardigheden die daarvoor nodig zijn in kaart.
- Toets deze lijst aan de informatie die uit functioneringsgesprekken met
de werknemers naar voren is gekomen. Zie de leidraad 'De G-competentie van
werknemers'.
- Betrek vervolgens de werknemers erbij. Waar hebben zij het meeste moeite
mee? Wat willen zij beter leren met het oog op hun taakuitvoering en
loopbaanontwikkeling?
- Stel dan een lijst op met leerdoelen: welke informatieverwerkende taken moeten uw werknemers kunnen uitvoeren en welke digitale vaardigheden moeten zij beheersen om goed hun job te kunnen doen? Geef prioriteiten aan en houd rekening met nieuwe ontwikkelingen in uw bedrijf of organisatie.
Een opleidingsorganisatie zoeken
- Selecteer een of meer opleidingsorganisaties die ruime ervaring hebben met het geven van cursussen op maat voor laaggeletterden. Gebruik hiervoor de lijst onder Opleidingen. Overleg met de aanbieder of aanbieders van uw keuze welke opleiding mogelijk is.
De opleidingeisen vaststellen
- Waak erover dat de training zo functioneel mogelijk is en een nauwe
relatie heeft met de taken op de werkvloer. Verzamel schriftelijk materiaal
dat cruciaal is voor de taakuitvoering en leg dit voor aan de aanbieder.
Maak een rondje op de werkvloer om te laten zien welke digitale vaardigheden
van de werknemers worden gevraagd.
- Zorg ervoor dat de training van informatieverwerkende taken zoveel
mogelijk wordt geïntegreerd in de oefening van digitale vaardigheden. Het
schrijven van een e-mail of het elektronisch invullen van een voorraadlijst
traint een cursist dus het best op een computer.
- Wees realistisch in uw opleidingseisen. Overvraag de aanbieder niet. Een
goede cursus kan veel opleveren, maar u kunt niet verwachten dat een
laaggeletterde werknemer in korte tijd elke denkbare informatieverwerkende
taak leert beheersen. Wees dus duidelijk over waar de prioriteiten liggen en
bepaal samen met de aanbieder wat in het bestek van een cursus haalbaar is.
- Stel wel hoge eisen aan de onderwijsvorm. Een lesaanpak zonder actieve werkvormen heeft weinig zin wanneer uw werknemers vaardigheden moeten aanleren. Vraag ook naar het lesklimaat. Laaggeletterden hebben vaak negatieve ervaringen in het onderwijs opgedaan. Wanneer de lesgever geen veilig lesklimaat schept, is de kans op nieuwe frustraties en afhaken groot. Het is cruciaal dat de cursisten een eigen inbreng krijgen, het gevoel hebben dat ze fouten mogen maken, en succeservaringen kunnen opdoen.
Richtvragen aan de aanbieder:
- Worden de cursisten actief aan het werk gezet?
- Krijgt elke cursist voldoende mogelijkheden om praktische vaardigheden te oefenen?
- Zijn de groepen klein genoeg (15-20 cursisten) om elke cursist bij de les te kunnen betrekken?
- Wordt er voldoende feedback op de oefeningen gegeven zodat het leereffect optimaal is?
- Is er een klimaat waarbij fouten maken een logisch onderdeel is van het leerproces?
- Kan er voldoende worden gedifferentieerd om niveauverschillen tussen cursisten op te vangen?
- Krijgen de cursisten de gelegenheid om feedback op de lesinhoud en werkvormen te geven?
- Kunnen de cursisten gedurende de cursus zelf voorstellen doen voor de lesinhoud?
- Wordt er toegewerkt naar een aantal concrete eindproducten (bijvoorbeeld een portfolio met geschreven teksten) zodat de opleiding aan de cursisten een reeks succeservaringen biedt?
- Kan er in plaats van een test of examen aan het eind van de cursus (die voor laaggeletterden vaak zeer beangstigend zijn) voor een andere evaluatievorm worden gekozen, zoals een portfolio?
Praktische organisatie
- Laat de cursus bij voorkeur plaatsvinden tijdens werkuren of anders
gedeeltelijk tijdens en gedeeltelijk buiten de werkuren.
- Ga van te voren bij de betrokken werknemers na of de gekozen lesuren hen
passen.
- Zorg ervoor dat de werkdruk niet toeneemt. Organiseer de cursus in een
minder drukke periode, schakel interims in, en/of verdeel de taken van een
afwezige werknemer onder meerdere collega’s, die elk één taak op zich
nemen.
- Organiseer de cursus bij voorkeur in uw eigen bedrijf of anders op een
locatie waar de verplaatsing geen probleem voor de betrokken werknemers
vormt.
- Vermijd stigmatisering van de deelnemers door de cursus een ‘volwassen’
benaming te geven. Dus bijvoorbeeld niet ‘Basiscursus lezen en schrijven’,
maar ‘Zakelijke communicatie’. Vermeld dit ook zo op het cursuscertificaat.
- Stel alle betrokken partijen op de hoogte van doel, inhoud en duur van de cursus: directie, directe leidinggevenden, personeelsverantwoordelijke, collega’s …
Evaluatie
Houd na afloop een tevredenheidenquête onder de deelnemers. Gebruik positieve resultaten als opstap om de interesse voor andere bijscholingen te peilen. Wanneer de geletterdheidtraining met succes doorlopen is, zullen laaggeletterden veel meer dan voorheen openstaan voor vaktechnische opleidingen.

