|
| |
Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen
Huishoudelijk reglement
Gelet op het decreet van 19 maart 2004 betreffende de rechtspositieregeling
van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van
bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de
hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in
Vlaanderen, inzonderheid op de artikelen II.15 tot en met II.43;
Gelet op het decreet van 30 april 2004 betreffende de flexibilisering van het
hoger onderwijs in Vlaanderen en houdende dringende hogeronderwijsmaatregelen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 houdende benoeming
van de leden van de Raad voor examenbetwistingen bevoegd voor het hoger
onderwijs;
Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 4 juni 2004 inzake sommige
werkingsregelen betreffende de Raad voor examenbetwistingen bevoegd voor het
hoger onderwijs;
Gelet op het besluit van de secretaris-generaal van 2 juli 2004 houdende
aanwijzing van de secretaris van de Raad voor examenbetwistingen bevoegd voor
het hoger onderwijs;
besluit:
Hoofdstuk 1. Samenstelling en praktische organisatie van de Raad
Artikel. 1
De Raad voor examenbetwistingen/de Raad voor betwistingen inzake
studievoortgangbeslissingen, verder de Raad genoemd, wordt opgericht bij het
ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
Zijn zetel is gevestigd in het Hendrik Consciencegebouw, Koning Albert II-laan
15 te 1210 Brussel.
Het secretariaat zorgt voor een vast lokaal in dit gebouw voor de zittingen en
beraadslagingen van de Raad. De voorzitter kan nochtans om praktische redenen
beslissen de beraadslagingen en zittingen op een andere plaats te laten
doorgaan.
Art. 2
Elk werkend bijzitter kan vervangen worden door elk van de plaatsvervangende
bijzitters.
Art. 3
De Raad kan slechts geldig zetelen en beraadslagen als de voorzitter of de
plaatsvervangende voorzitter en twee werkende of plaatsvervangende bijzitters
aanwezig zijn.
Bij iedere zitting en beraadslaging tekenen de aanwezigen een presentielijst.
Hoofdstuk 2. Samenstelling en praktische organisatie van het secretariaat
Art. 4
Het secretariaat van de Raad wordt waargenomen door personeelsleden van de
administratie hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en is gevestigd in
het Hendrik Consciencegebouw , 7A, Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel. Dit
adres geldt tevens als correspondentieadres voor de Raad.
Het secretariaat staat in voor de praktische en administratieve ondersteuning
van de Raad. Het secretariaat draagt onder gezag van de voorzitter of de
plaatsvervangend voorzitter zorg voor de correspondentie.
Hoofdstuk 3. Procedureverloop
Art. 5
De student dient een verzoekschrift in binnen een vervaltermijn van vijf
kalenderdagen die ingaat de dag na die van de kennisname van de beslissing van
de interne beroepsprocedure, of na het verlopen van de termijn van 15 dagen na
het instellen van het interne beroep. De poststempel geldt als datum van het
beroep.
Indien de laatste dag van deze termijn een zaterdag, zondag of wettelijke
feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag waarop de
postdiensten open zijn.
Het verzoekschrift vermeldt minimaal de naam, de woonplaats of de woonstkeuze en
in voorkomend geval het e-mailadres en/of het faxnummer van de verzoeker (of
raadsman), de naam en zetel van het bestuur en het voorwerp van beroep met een
feitelijke omschrijving van de ingeroepen bezwaren.
De verzoeker kan overtuigingsstukken toevoegen indien hij dat nodig acht. Hij
maakt een inventaris op van de stukken en voegt de inventaris toe aan zijn
verzoekschrift.
Het verzoekschrift wordt gedagtekend en ondertekend door de verzoeker of zijn
raadsman bezorgd aan de Raad bij aangetekend schrijven.
Het secretariaat stuurt een ontvangstmelding aan de verzoeker en een kopie van
het verzoekschrift aan het bestuur. Een kopie van het verzoekschrift wordt ook
aan de leden van de Raad gezonden.
Art. 6
Het bestuur geeft aan wie de contactpersonen zijn.
Het secretariaat wordt, onder gezag van de voorzitter, belast met de
samenstelling van het dossier met alle ontvangen stukken en deelt de partijen
mee waar het dossier kan worden geraadpleegd. Het secretariaat zorgt voor een
vast lokaal voor de inzage van de dossiers.
Art. 7
Het secretariaat bezorgt de partijen:
de procedurekalender met de termijnen waarbinnen de antwoordnota en
wederantwoordnota door de partijen moeten worden ingediend bij de Raad en de
tegenpartij,
de datum, het uur en de plaats van de zitting van de Raad. Het secretariaat
zorgt voor een vast lokaal voor de zittingen van de Raad,
de samenstelling van de Raad.
Elk werkend of plaatsvervangend lid brengt onverwijld het secretariaat op de
hoogte indien hij wettelijk verhinderd is of niet aanwezig kan zijn op de
zitting. In voorkomend geval roept het secretariaat een plaatsvervanger op.
Art. 8
Behoudens dringende noodzaak worden de uitnodigingen en de nodige documentatie
voor de zitting uiterlijk vijf werkdagen vóór de zitting naar alle leden van de
Raad gestuurd.
Art. 9
De pleidooien per partij worden in principe beperkt tot 15 minuten.
Art. 10
Na het sluiten van de debatten volgt de beraadslaging achter gesloten deuren.
Art. 11
Na beraadslaging beslist de Raad, in voorkomend geval na stemming.
Art. 12
De secretaris stelt per zaak een proces-verbaal op.
Dit proces-verbaal vermeldt de datum, het aanvangs- en einduur van de
behandeling van de zaak, de verrichte proceshandelingen, de namen van de
partijen en hun raadsman en hun aan- of afwezigheid, alsook de samenstelling van
de Raad en de naam van de secretaris.
De voorzitter en de secretaris ondertekenen het proces-verbaal.
Art. 13
In geval getuigen worden gehoord, wordt van het getuigenverhoor een
proces-verbaal opgesteld door de secretaris. Het proces-verbaal wordt
ondertekend door de getuige(n), de voorzitter en de secretaris.
Art. 14
De taal van de procedure is het Nederlands.
Hoofdstuk 4. Woordvoerder
Art. 15
De voorzitter is woordvoerder van de Raad. Hij kan deze opdracht delegeren aan
een ander lid van de Raad of aan de secretaris.
Naar boven
|