BEGRIPPEN UIT HET VOORONDERZOEK

 

vooronderzoek het vooronderzoek is de eerste fase van de doorlichting. Het vooronderzoek wordt uitgevoerd door een team van minstens twee onderwijsinspecteurs en bestaat uit een bronnenonderzoek en een onderzoek ter plaatse.
inspecteur-dossierbeheerder de inspecteur-dossierbeheerder coördineert de werkzaamheden van het vooronderzoek. De inspecteur-dossierbeheerder beschikt over de specifieke expertise die relevant is voor de school waarvan hij het vooronderzoek uitvoert.
bronnenonderzoek het bronnenonderzoek is het eerste onderdeel van het vooronderzoek. Tijdens deze fase analyseert en interpreteert het inspectieteam de beschikbare gegevens uit de diverse bronnen. Dit onderzoek vindt niet plaats in de door te lichten school.
informatiedossier het informatiedossier is een van de bronnen voor het vooronderzoek en het doorlichtingsbezoek. Het informatiedossier peilt bij de school naar gegevens over de processen die ze opzet. De opgevraagde informatie vult de context-, input- en outputgegevens uit het instellingsprofiel aan.
onderzoek ter plaatse het onderzoek ter plaatse is het tweede onderdeel van het vooronderzoek. Hier verifiëren, verfijnen en verrijken de onderwijsinspecteurs de informatie uit het bronnenonderzoek. Ze komen tot een inschatting van de sterke en zwakke punten van de school en bepalen de doorlichtingsfocus.
doorlichtingsfocus de doorlichtingsfocus rondt het vooronderzoek af en bevat een selectie van onderwijsdoelstellingen en procesvariabelen. De doorlichtingsfocus is representatief voor de ingeschatte kwaliteit van de school

 

 

Terug naar: ABC van de inspectie