Welzijn

Welke rol kunnen de diensten binnen Welzijn vervullen in de spijbelaanpak?  Er zijn heel wat diensten waarop scholen en CLB's een beroep kunnen doen en waarmee ze samenwerken, bijvoorbeeld de Comités Bijzondere Jeugdzorg, de gesloten gemeenschapsinstellingen en de andere residentiële instellingen binnen Bijzondere Jeugdzorg. 

De actoren binnen welzijn, wie zijn dat?

De Comités Bijzondere Jeugdzorg

Het Comité Bijzondere Jeugdzorg (CBJ) is een dienst van de Vlaamse Gemeenschap.  Er zijn twintig CBJ's verspreid over heel Vlaanderen.  Elk comité bestaat uit een bureau en een preventiecel:

  • Het Bureau voor Bijzondere Jeugdbijstand is samengesteld uit de voorzitter en 4 leden van het Comité en komt minstens 12 maal per jaar samen. Het bureau neemt beslissingen over de hulpvragen die worden ingediend bij het Comité.  Daarnaast biedt het bureau, aan de met jeugdzaken belaste parketmagistraten, waarborgen dat er hulp en bijstand aan minderjarigen en hun ouders wordt aangeboden.  De praktische uitvoering van de beslissingen van het bureau ligt bij de consulenten van de sociale dienst.   Deze consulenten werken samen met de voorzieningen van Bijzondere Jeugdbijstand en andere diensten, zoals bijvoorbeeld een centrum voor leerlingenbegeleiding.
  • De Preventiecel is samengesteld uit de leden van het Comité die geen deel uitmaken van het bureau. Ze komt minstens zes maal per jaar samen en behartigt projecten van algemene preventie. Ze doet aan coördinatie, overleg, informatie, stimulering en waarschuwing rond factoren die hinderlijk zijn voor de gunstige ontplooiing van de jongerenpopulatie. In samenwerking met andere geledingen binnen onze samenleving wordt gepoogd die negatieve factoren weg te werken of in te dijken en positieve factoren te begunstigen.
    Het doel van de algemene preventieve activiteiten is het wegwerken van maatschappelijke disfuncties met het oog op enerzijds het vergroten van het welzijn van de minderjarigen en anderzijds het verkleinen van hun maatschappelijke kwetsbaarheid.

Het CBJ biedt hulp aan jongeren die in een moeilijke situatie leven en hulp nodig hebben.  Al die problemen samen worden ‘een Problematische Opvoedingssituatie (POS)’ genoemd.  De jongere zelf, zijn/haar ouders of andere diensten kunnen bij het comité terecht.

Het comité zoekt dan, samen met de eventuele verwijzer en de cliënt (de jongere) naar hulpverlening zo dicht mogelijk bij de cliënt. 

De hulpverlening die door het comité wordt geboden is vrijwillig, de ouders of de jongere zelf (vanaf 12 jaar) moeten dus hun toestemming geven. 

Wanneer de vrijwillige hulpverlening dreigt vast te lopen, treedt een bemiddelingscommissie op als verzoeningsinstantie. Ze maakt vrijwillige hulpverlening mogelijk door een eigen methodiek, namelijk bemiddeling. Door te bemiddelen tracht ze toch tot een akkoord te komen met alle betrokken partijen. Als dat niet lukt, kan de commissie de zaak doorverwijzen naar het parket.
 

De sociale dienst van de jeugdrechtbank

Wanneer het dossier van een jongere voorkomt bij de jeugdrechtbank wordt hij of zij begeleid door een consulent van de sociale dienst van de jeugdrechtbank. Hij onderzoekt dan de situatie, luistert naar het verhaal, praat met iedereen die betrokken is en stelt een oplossing voor aan de jeugdrechter. De jeugdrechter bekijkt het voorstel van de consulent en beslist dan hoe hij de jongere best kan helpen. 

Ook na de beslissing van de jeugdrechter blijft de consulent de jongere verder opvolgen.  De consulent organiseert de hulpverlening of de opgelegde maatregel. Als de jeugdrechter beslist dat de jongere geplaatst wordt, zoekt de consulent uit waar de jongere het best terecht kan. De consulent volgt de jongere, zijn/haar gezin en de hulpverlening op. 

Minstens één keer per jaar wordt onderzocht of de beslissing van de jeugdrechter nog aangepast is aan de situatie. De consulent komt minstens twee keer per jaar met de jongere en zijn/haar ouder(s) praten. Dan wordt bekeken hoe de hulpverlening of de maatregel verloopt, wat er veranderd is, wat er nog moeilijk of nodig is. De consulent maakt hierover een verslag en geeft advies aan de jeugdrechter.
 

De verbindingsfunctionarissen in de gesloten gemeenschapsinstellingen

In de gesloten gemeenschapsinstellingen speelt onderwijs een belangrijke/cruciale rol. De gesloten gemeenschapsinstellingen proberen steeds de thuisschool van de jongeren te contacteren en samen te werken met scholen en CLB’s. Daarnaast versterken ze zelf ook onderwijs, proberen ze hun jongeren indien nodig in te schrijven in een nieuwe school, geven ze advies rond studie- en beroepskeuze ...

Gedurende 2 schooljaren (2008-2009 en 2009-2010) waren er verbindingsfunctionarissen aan de slag in de Gemeenschapsinstellingen voor Bijzondere Jeugdzorg te Mol, Beernem en Ruiselede.    Zij hebben als opdracht:

  • doorgeven welke initiatieven of veranderingen er op onderwijsvlak genomen of doorgevoerd worden;
  • formuleren van voorstellen om de onderwijssituatie waarin de leerlingen binnen de gemeenschapsinstellingen zich bevinden te verbeteren;
  • informeren van alle partners binnen het onderwijs over de opportuniteiten en beperkingen van onderwijsverstrekking binnen de gemeenschapinstellingen om op die manier samenwerkingsverbanden te faciliteren;
  • formuleren van onderwijsadviezen ten behoeve van de gemeenschapsinstellingen en/of het Departement Onderwijs en Vorming;
  • bijstaan van de gemeenschapsinstellingen in probleemdossiers zodat de reïntegratie in de schoolse context toch kan bewerkstelligd worden.  Bv. wanneer geen enkele school bereid wordt gevonden om een leerling in te schrijven of wanneer de leerkrachten binnen de gemeenschapsinstellingen zich geen raad meer weten met een leerling.

Het project beoogt op die manier om:

  • het onderwijs binnen de gemeenschapsinstellingen te doen aansluiten bij de schoolloopbaan van de in de gemeenschapsinstelling geplaatste jongere, zodat na de plaatsing het onderwijs opnieuw kan verder gezet worden;
  • lacunes rond onderwijsgerichte thema’s waarmee de gemeenschapsinstellingen vaak geconfronteerd worden, op te vullen met praktische richtlijnen hieromtrent;
  • adviezen te formuleren rond de didactische aanpak met betrekking tot leerlingen die geen enkele school wil inschrijven of die geen aansluiting vinden bij de reeds gevolgde studierichting.
     

Download hier de voorstellingstekst over de verbindingsfunctionarissen. 

Deze 2 schooljaren mondden uit in een eindverslag met aanbevelingen voor de ministers van welzijn en onderwijs.  Gedurende het schooljaar 2010-2011 zullen de verbindingsfunctionarissen verder werken aan de verankering van de samenwerking tussen de gemeenschapsinstellingen en onderwijs (scholen en CLB's.)  Zij werken niet langer op dossierniveau, maar op een meer structureel niveau. 

De residentiële voorzieningen van de Bijzondere Jeugdbijstand

Kinderen en jongeren van 0 tot 18 jaar en hun gezinnen kunnen begeleid worden door een voorziening, project of dienst binnen de Bijzondere Jeugdzorg op basis van een verwijzing door het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg (BJZ) of via de jeugdrechtbank.

Binnen de sector Bijzondere Jeugdzorg onderscheiden we zeven categorieën van private voorzieningen. In een aantal van deze voorzieningen verblijven jongeren residentieel, bijvoorbeeld in begeleidingstehuizen, gezinstehuizen en in opvang-, oriëntatie- en observatiecentra (kan ambulant of residentieel zijn).

Meer informatie over de werking van de Comités Bijzondere Jeugdzorg, de bemiddelingscommissie en de verschillende voorzieningen binnen de Bijzondere Jeugdzorg kan u vinden via www.osbj.be

Rol van de actoren binnen welzijn in de spijbelaanpak

De Comités Bijzondere Jeugdzorg

Het CLB wordt door de scholen verplicht ingeschakeld vanaf het moment dat een leerling 10 halve dagen gespijbeld heeft.  Uiteraard kan de school ook al eerder een beroep doen op het CLB.  Het CLB helpt de school bij de begeleiding van de leerplichtproblemen van de jongere.  Als de achterliggende problemen de begeleiding van school en CLB overstijgen, neemt het CLB zijn draaischijffunctie op. Dit betekent dat het CLB samenwerkt met andere diensten uit de welzijns- en gezondheidssector.     

Eén van de diensten waarop het CLB een beroep kan doen, wanneer het spijbelen veroorzaakt wordt door of een signaal is van een achterliggende problematische opvoedingssituatie, is het Comité Bijzondere Jeugdzorg. 

De samenwerking tussen deze beide actoren kan nog wat verbeterd worden, op de volgende twee vlakken:

  • zorgen dat de juiste dossiers terecht komen bij de CBJ's: voldoende gestoffeerd en behorende tot hun doelgroep;
  • zorgen dat er minimale feedback gaat vanuit het CBJ naar het CLB over het al dan niet opnemen van dit dossier en de verdere afloop ervan.

Daarom werd tijdens het schooljaar 2008-2009 in drie arrondissementen een meer intensieve samenwerking tussen de CLB’s en de CBJ's tot stand gebracht m.b.t.  spijbeldossiers waarvan men vermoedt dat de oorzaak te vinden is in een ernstige problematische opvoedingssituatie. In die pilootregio's werd bijvoorbeeld gewerkt aan het uitwerken van een soort 'standaarddossier' voor het aanmelden door het CLB bij het CBJ.   Lees meer over dit pilootproject en de conclusies ervan

De verwijzende instanties

Hieronder vallen de sociale dienst van de jeugdrechtbank en de comités bijzondere jeugdzorg.  Beide instanties kunnen namelijk een jongere plaatsen in een voorziening.  Eén van de voorzieningen waarin jongeren geplaatst kunnen worden is het onderwijsinternaat.  Zulke plaatsingen in een internaat komen steeds vaker voor. Elk internaat is er al wel eens mee geconfronteerd.

Tijdens het schooljaar 2009-2010 zaten een aantal internaten en verwijzers samen rond de tafel om te kijken hoe ze beter kunnen samenwerken bij zo een plaatsing. Welke informatie verwacht het internaat van de verwijzer? Welke hulpverlening kan een verwijzer verwachten van het internaat? Wie betaalt de rekeningen? Hoe kan het internaat de verwijzer contacteren bij problemen? Dit zijn slechts enkele van de vele vragen die men zich stelde. We kwamen tot een oplijsting van de aandachtspunten langs beide kanten en maakten een instrument op om de communicatie te verbeteren.

Tijdens een ontmoetingsmoment op 16/11/2010 werd uitleg gegeven over de werking van beide sectoren en werd de inlichtingenfiche om de communicatie te verbeteren voorgesteld. In februari-maart 2011 volgen nog regionale ontmoetingen tussen internaten en verwijzers om de samenwerking verder op punt te stellen.

Bekijk hier de presentaties van 16/11/2010 en de inlichtingenfiche:

De verbindingsfunctionarissen in de gesloten gemeenschapsinstellingen

Eén van de problematieken waarover de verbindingsfunctionarissen zich buigen is spijbelen.  Jongeren die in de gemeenschapsinstellingen zitten, hebben vaak een minder goed lopende schoolcarrière en er kan tijdens het verblijf in de instelling dus zeker gewerkt worden rond motivatie om naar school te gaan. 

Daarnaast is de overgang van de gemeenschapsinstelling terug naar de school een erg belangrijke en mogelijk kritieke periode voor de jongere, waarin er zeker voldoende aandacht moet besteed worden aan het regelmatig naar school gaan door de jongere. 
 

De residentiële voorzieningen van de Bijzondere Jeugdbijstand

Tijdens het schooljaar 2007-2008 vond er een aantal keren overleg plaats tussen de pedagogische begeleidingsdiensten van onderwijs, een aantal vertegenwoordigers van scholen en CLB's, een aantal vertegenwoordigers van residentiële voorzieningen uit de Bijzondere Jeugdzorg en het departement Onderwijs & Vorming en het Agentschap Jongerenwelzijn.

Het doel van dit overleg was komen tot een betere samenwerking/communicatie tussen school/CLB en de residentiële voorziening op het moment dat een jongere naar de voorziening gaat en tijdens zijn/haar verblijf daar. De schoolcarrière van de jongere zou zo weinig mogelijk hinder mogen ondervinden hiervan. Daarnaast kan de voorziening de school en het CLB ook ondersteunen in hoe ze best omgaan met de jongere. De ouders en de jongere zelf moeten zoveel als mogelijk betrokken worden in deze communicatie en samenwerking.

Dit overleg leidde ertoe dat Minister Frank Vandenbroucke en minister Veerle Heeren  een engagementsverklaring ondertekenden over deze samenwerking tussen scholen/CLB’s en residentiële voorzieningen Bijzondere Jeugdbijstand. Ook de netten en de koepels van scholen en CLB’s en vertegenwoordigers van de residentiële voorzieningen in de Bijzondere Jeugdzorg zullen deze verklaring ondertekenen.

Er werd tevens een netwerkfiche ontworpen, die de school kan invullen op het moment dat één van haar leerlingen naar een voorziening gaat of wanneer een jongere uit een voorziening zich komt inschrijven op de school. Op deze netwerkfiche staan een aantal vragen die de school zich moet stellen en waar men een antwoord op moet zoeken, in samenwerking met de jongere, zijn/haar ouders, het CLB en de voorziening. Bv. wie ondertekent het rapport, wie is mijn aanspreekpersoon binnen de voorziening, wie brengen we op de hoogte wanneer de leerling afwezig is.

Deze netwerkfiche zal verspreid en gepromoot worden naar alle scholen, CLB’s en voorzieningen toe.

 

Acties van het spijbelactieplan die relevant zijn voor welzijn:

Actie 10, actie 11 en actie 12