Wie spijbelt?In 2006-2007 meldden de Vlaamse secundaire scholen 5478 hardnekkige spijbelaars aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Dit zijn leerlingen die meer dan 30 halve dagen ongewettigd afwezig waren in het voltijds onderwijs of meer dan 20 halve dagen in het deeltijds onderwijs. 4142 van hen waren nog leerplichtig. Dit komt overeen met ongeveer 1 procent van de leerplichtige leerlingen van het secundair onderwijs. Het aantal meldingen van hardnekkige spijbelaars nam de voorbije jaren toe. Niet noodzakelijk omdat er meer spijbelaars zijn, maar ook omdat de scholen afwezigheden nauwkeuriger registreren. De meeste van de 4142 spijbelaars jonger dan 18 jaar zitten in het deeltijds onderwijs. In het voltijds onderwijs zit meer dan de helft van de problematische spijbelaars in het beroepssecundair. De meeste brossers zitten in het eerste leerjaar van de tweede graad. Jongens en meisjes spijbelen evenveel, maar in het deeltijds onderwijs spijbelen relatief gezien meer meisjes dan jongens. Ook in de lagere school zijn er spijbelaars. Die spijbelen vaak niet uit eigen wil, of toch meestal met medeweten van de ouders. Daarnaast zijn er een heleboel leerlingen die minder dan 30 of 20 halve dagen ongewettigd afwezig waren. Deze leerlingen worden niet systematisch gemeld aan het Ministerie van Onderwijs en Vorming, maar worden wel begeleid door de betrokken school en het CLB. |