Volwassenenonderwijs in Vlaanderen. Informatie voor cursisten, centra en personeel
Volwassenenonderwijs


Veelgestelde vragen van directies en secretariaten

 

Vragen van CVO's

Vragen over de organisatie van het onderwijsaanbod

Vragen over het spreiden van een module over twee schooljaren

Je moet in de planningzending voor dit schooljaar de reële begin- en einddatum van de modules opnemen, zelfs als deze einddatum in een ander schooljaar gelegen is. Het aantal lestijden van de modules, zoals voorzien in de opleidingsprofielen, moet vermeld worden. Zelfs als je voor dit schooljaar bv. maar de helft van de lestijden van deze modules effectief zou organiseren. Het is belangrijk om naar de registratiedatum te kijken. Want deze datum bepaalt in welke referteperiode de lesurencursist aangerekend worden. Het is van belang de juiste tellingsdatum aan te geven. Je mag de module niet in twee delen splitsen. Een module heeft een vast aantal lestijden en wordt enkel als dusdanig door onze databank aanvaard. Je moet die module het volgende schooljaar niet meer zenden.  

De cursisten worden geteld in de referteperiode waarin het registratiemoment valt.

De lesgever wordt betaald overeenkomstig de lestijden die hij per schooljaar geeft.

Enkel de in een schooljaar aangewende lestijden worden op het lestijdenpakket van dat schooljaar aangerekend.     

Vragen over de organisatie van het gecombineerd onderwijs

Vragen over de financiering of subsidiëring van gecombineerd onderwijs aan 120%

Een dossier gecombineerd onderwijs dient uitsluitend via elektronische weg aan de administratie te worden bezorgd. Het is niet meer nodig een papieren versie toe te zenden.

Vragen over de aanvullende financiering of subsidiëring voor het opstarten van opleidingen gecombineerd onderwijs met een groot aandeel afstandsonderwijs

Ja. De aanvullende financiering of subsidiëring is bedoeld om het opstarten van nieuwe trajecten gecombineerd onderwijs met een groot luik afstandsonderwijs te ondersteunen. Dit nieuwe aanbod dient ook effectief georganiseerd te worden binnen een termijn van 2 schooljaren. De modules met minstens 25% afstandsonderwijs komen ook in aanmerking voor een financiering aan 120% op het moment dat ze ingericht worden. Je moet hiervoor wel opnieuw een aanvraag indienen volgens de procedure voor gecombineerd onderwijs.

Neen. De projectaanvraag dient betrekking te hebben op een aantal modules die samen minimum 200 lestijden in afstandsonderwijs omvatten. Wanneer deze modules samen bijvoorbeeld 80% in afstandsonderwijs zullen worden gegeven, dienen de modules minimum 250 lestijden te omvatten.

Neen. De criteria '50% van het totaal aantal lestijden dient in afstandsonderwijs te worden gegeven' en 'het luik afstandsonderwijs dient minstens 200 lestijden te omvatten' situeren zich op het niveau van de aanvraag. Dit houdt dus in dat de modules die in de aanvraag worden vermeld samen minimum 200 lestijden in afstandsonderwijs moeten omvatten en de opgegeven modules samen voor minimum 50% in afstandsonderwijs dienen aangeboden te worden.

Vragen over overdrachten

De overdracht van leraarsuren binnen het schooljaar naar een ander CVO en het overdragen van leraarsuren naar het volgend schooljaar zijn elk beperkt tot 2% maar beide zijn cumuleerbaar. Dit betekent dat er in totaal maximaal 4% van de uren kan verschoven worden.

Dit kan niet. Volgens art 98 §1 van het decreet van 15 juni 2007 is er een verschil tussen de toegekende leraarsuren en de met 10 % verhoogde leraarsuren gegenereerd door de studiegebieden algemene vorming en Nederlands tweede taal (art 98 §2 van hetzelfde decreet).

Art 103 §1 van het decreet stelt dat de overdracht van leraarsuren beperkt wordt tot 2 % van het aantal toegekende leraarsuren.

Meer informatie over deadlines voor het melden van overdrachten.

Vragen over niet-sequentiële modules

Twee of meer niet-sequentiële modules kunnen parallel of sequentieel georganiseerd worden.

Bij een parallelle organisatie  hebben alle modules dezelfde start- en einddatum en het zelfde registratiemoment. De cursist kan zich tegelijkertijd voor alle modules inschrijven. Vermits de modules een zelfde startmoment kennen, kan een vrijstelling van inschrijvingsgeld op basis van één rechtsgeldig attest verleend worden.  

Bij een sequentiële organisatie hebben de modules niet dezelfde start- en einddatum en ook niet het zelfde registratiemoment. De cursist kan zich niet tegelijkertijd inschrijven voor alle modules. Bij elke inschrijving moet een vrijstelling van inschrijvingsgeld gestaafd worden door een attest dat de socio-economische toestand van betrokkene op het ogenblik van de inschrijving weergeeft.

Vragen over planning

Paasmaandag is een wettelijke feestdag. De principes voor de vakantieregeling kan u raadplegen via
http://www.ond.vlaanderen.be/infolijn/faq/schoolvakanties/. De lestijden gepland op een wettelijke feestdag, in dit geval paasmaandag, worden geacht georganiseerd te zijn. De op deze dag geplande maar niet effectief georganiseerde onderwijsactiviteiten worden dus niet in rekening gebracht voor de acht procent.

Naar boven

Vragen over cursistenadministratie

Vragen over betaald educatief verlof

Het educatief verlof is een bevoegdheid van federale overheid. De vraag werd dan ook aan deze bevoegde overheid voorgelegd. Het antwoord luidt:

Bij de formule 'gecombineerd leren' geven enkel de contacturen - verplichte aanwezigheden op de school - recht op betaald educatief verlof. Indien er voor het schooljaar minstens 32 contacturen voorzien zijn is er voor die uren recht op betaald educatief verlof. Enkel de contacturen mogen als aanwezige lesuren geattesteerd worden. Het vrijblijvend ter beschikking stellen van een 'openleercentrum' kan niet leiden tot een verhoging van het aantal uren betaald educatief verlof.

Aan cursisten mag niet gevraagd worden om een aanvraagformulier betaald educatief verlof te laten invullen door hun werkgever en de werkgever te vragen om te bevestigen dat de werknemer in aanmerking komt voor educatief verlof.

De wetgeving bepaalt immers dat de centra gehouden zijn om onvoorwaardelijk een getuigschrift van regelmatige inschrijving uit te reiken aan de cursisten-werknemers. De werknemer dient dit getuigschrift in bij zijn werkgever. Vanaf dan is de werknemer wettelijk beschermd tegen ontslag.

Vragen over studiebewijzen

Hiervoor verwijzen we naar volgend uittreksel uit het onderwijsdecreet II van 31 juli 1990, Art.84ter:

§ 1. Voor de toepassing van artikel 84 bis, § 1, wordt met het diploma van het secundair onderwijs gelijkgesteld :

1° het getuigschrift van hoger middelbaar onderwijs;
2° het diploma van hoger secundair technisch onderwijs;
3° het diploma van hoger secundair kunstonderwijs;
4° de bekwaamheidsbewijzen, die vóór de inwerkingtreding van de wet van 31 juli 1975, gelijkgesteld waren met die vermeld onder 1°, 2° of 3°;
5° het getuigschrift van hoger secundair onderwijs.

Indien het studiebewijs werd uitgereikt voor 01/09/1999:

Het centrum stelt een vervangend attest op, dat samen met het proces-verbaal van de examens aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming wordt voorgelegd. Na visering stuurt het ministerie het attest terug naar het CVO, dat het dan aan de cursist kan bezorgen.

Indien het studiebewijs werd uitgereikt na 01/09/1999:

Het centrum stelt zelf een attest op en bezorgt dit rechtstreeks aan de cursist.

Vragen over toelatingsvoorwaarden

Om toegelaten te worden tot een opleiding van het leer- of studiegebied Nederlands tweede taal in het volwassenenonderwijs moet een cursist voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht. Dit betekent dat de cursist op het ogenblik van zijn inschrijving 16 jaar is of 15 jaar en de eerste twee leerjaren van het voltijds secundair onderwijs heeft gevolgd. Dit is de algemene toelatingsvoorwaarde voor een opleiding Nederlands tweede taal.  

In afwijking van deze algemene toelatingsvoorwaarde en mits voldaan wordt aan de voorwaarden kunnen leerlingen van 12 tot 16 jaar vrijwillig en buiten de lesuren van het secundair onderwijs een aanvullende opleiding Nederlands tweede taal volgen in functie van de opleiding die ze in het secundair onderwijs volgen. Leerlingen die aan de algemene toelatingsvoorwaarde voldoen (en dus voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht) kunnen zich inschrijven voor een reguliere opleiding Nederlands tweede taal in het volwassenenonderwijs. Deze leerlingen kunnen niet meer ingeschreven worden in het aanbod voor 12- tot 16-jarigen.  

Het is de leeftijd van de betrokken leerling op het ogenblik van inschrijving die bepalend is voor de verificatie. De leerling in kwestie mag dus nog geen 16 jaar zijn noch 15 jaar en de eerste twee leerjaren van het voltijds secundair onderwijs gevolgd hebben.

Wat moet er in het cursistendossier?

Cursist met Belgische nationaliteit: op het ondertekende inschrijvingsformulier worden de nationaliteitsgegevens en rijksregisternummer van de cursist vermeld. Dit inschrijvingsformulier wordt bewaard in het cursistendossier.

Cursist zonder Belgische nationaliteit: indien de cursist niet beschikt over de Belgische nationaliteit, moet het centrum een kopie van het bewijs van wettig verblijf opnemen in het cursistendossier. Een overzicht van alle geldige documenten vind je in het vademecum wettig verblijf .
Moet voor elke nieuwe inschrijving voor een module in het lopende schooljaar het wettig verblijf bewezen worden? Ja. Het verblijfsdocument moet geldig zijn op het moment van inschrijving voor elke module.
Wat met cursisten die voor 22/08/2011(datum communicatie) al ingeschreven werden?

De maatregel wettig verblijf moet vanaf 01/09/2011 op volgende wijze toegepast worden:

-Cursist met Belgische nationaliteit: op het ondertekende inschrijvingsformulier worden de nationaliteitsgegevens en rijksregisternummer van de cursist vermeld. Dit inschrijvingsformulier wordt bewaard in het cursistendossier.

-Cursist zonder Belgische nationaliteit: indien de cursist niet beschikt over de Belgische nationaliteit, moet het centrum een kopie van het bewijs van wettig verblijf opnemen in het cursistendossier. Een overzicht van alle geldige documenten vind je in het vademecum wettig verblijf .
Is het wettig verblijf een inschrijvingsvoorwaarde of een toelatingsvoorwaarde? Welke gevolgen heeft dit? Het is een inschrijvingsvoorwaarde. Er kunnen geen rechtsgeldige (deel)certificaten, diploma’s of getuigschriften uitgereikt worden aan cursisten zonder wettig verblijf op het moment van inschrijving.
Zijn EU-burgers toegelaten tot het VWO? EU-burgers kunnen nog steeds ingeschreven worden in het volwassenenonderwijs. In het vademecum wettig verblijf  is het identiteitsbewijs EU-landen opgenomen als bewijs van wettig verblijf.
Onderwijs aan gedetineerden? Gedetineerden (zoals vermeld in artikel 2, 16°bis van het decreet van 15 juni 2007) dienen hun wettig verblijf niet aan te tonen. Ze voldoen aan de bepalingen inzake wettig verblijf gedurende de periode dat zij in detentie zitten. Deze regeling geldt niet voor personen die verblijven in gesloten asielcentra, omdat deze niet gevat zijn door de definitie in het voornoemde artikel.
Moeten eurocraten en diplomatiek personeel het wettig verblijf aantonen? Bepaalde eurocraten en diplomatiek personeel zijn niet onderworpen aan onze verblijfswetgeving. Ze hebben geen reguliere verblijfsdocumenten, maar zijn in het bezit  van een specifieke verblijfstitel die wordt uitgereikt door de FOD Buitenlandse zaken. Deze specifieke verblijftitels zijn de
diplomatieke, consulaire of bijzondere identiteitskaarten
.
Kunnen personen die verblijven in een asielcentrum toegelaten worden tot het volwassenenonderwijs?

- Gesloten asielcentrum: er kan geen les gegeven worden aan personen die verblijven in een gesloten asielcentrum. In deze centra verblijven immers afgewezen of uitgeprocedeerde asielzoekers en andere mensen zonder papieren in afwachting van hun repatriëring. 

- Open asielcentrum: in een open asielcentrum verblijven in principe asielzoekers waarvan de asielaanvraag nog lopend is: zij zijn in het bezit van een Attest van Immatriculatie (AI) en verblijven hier dus wettig. Echter, in bepaalde gevallen verblijven in de open asielcentra ook mensen die niet meer in het bezit zijn van een Attest van Immatriculatie. Aan deze laatste categorie kan geen les gegeven worden.
Kunnen we nog lesgeven aan asielzoekers?

Een asielzoeker kan zijn wettig verblijf aantonen op basis van een Attest van Immatriculatie (AI) of een bijlage 35.

Heeft de asielzoeker echter enkel een bijlage 25, bijlage 26 of bijlage 26quinquies dan kan dit document enkel aanvaard worden samen met een
'Attest voor inschrijving van asielzoekers in het volwassenenonderwijs' (Word, 1 p.) (het vroegere ‘attest voor materiële hulp voor inschrijving in het volwassenenonderwijs’). Deze attesten werden tot nog toe al door de CVO’s gebruikt om een asielzoeker volledige vrijstelling te geven van inschrijvingsgeld. Dit aangepaste attest is geldig twee weken na uitgave. De attesten kunnen ondertekend worden door FEDASIL en zijn partners die opvang organiseren. Het is geldig voor CBE en CVO.

Wat is een biometrisch paspoort?

Biometrische paspoorten bevatten een foto van het gezicht en vingerafdrukken van de twee wijsvingers. Sommige lidstaten vrijgesteld van visumplicht (pdf, 4 p.) moeten biometrische paspoorten gebruiken.

Hoe een au pair inschrijven? Het gastgezin van de kandidaat au pair neemt contact op met het Huis van Nederlands.
Het Huis vult een intentieverklaring (pdf, 1 p.) in. Dit volstaat om een arbeidskaart en visum te bekomen voor de au pair. Eenmaal in het land dient de au pair zich aan bij het Huis van het Nederlands voor een intake NT2. Met het visum als bewijs voor wettig verblijf kan de au pair zich inschrijven in het volwassenenonderwijs. Eenmaal ingeschreven stuurt de cursist het inschrijvingsbewijs voor de cursus NT2 naar de Dienst Arbeidsmigratie en Uitzendkantoren.
Volgende documenten worden niet aanvaard als bewijs van wettig verblijf Model 2: verklaring van wijziging van het domiciliëringsadres, gezinssamenstelling, medische identificatiepas, art 9bis, art 9ter, Bijlage 3: ontvangstbevesting van een aanvraag op grond van art. 9bis van de vreemdelingenwet, arbeidskaarten, SIS kaart, syndicaal attest, rijbewijs.

Naar boven

 

 

Vragen over verificatie

Vragen over verificatie van NT2-cursistendossiers

Toelatingsvoorwaarden
Type traject
Niveaubepaling
Inschrijvingsgeld/vrijstelling
Andere

 

Naar boven

 

Vragen over doorlichtingen door de onderwijsinspectie

Voor alle vragen over doorlichtingen verwijzen wij naar de website van de bevoegde entiteit, de onderwijsinspectie.

Op deze website kan je ook alle doorlichtingsverslagen raadplegen van de instellingen die zijn doorgelicht sinds 1 januari 2007. Van instellingen die werden doorgelicht vóór die datum, kun je de verslagen opvragen via e-mail.

Naar boven

 

Vragen van Huizen van het Nederlands

12- tot 16-jarige leerlingen uit het voltijds secundair onderwijs kunnen toegelaten worden tot CVO-opleidingen NT2, mits er voldaan wordt aan enkele specifieke voorwaarden. Zo moet de school SO o.a. aan de leerling een attest afleveren met daarin minstens:
- een omschrijving van de taalachterstand van de leerling in functie van de opleiding die hij in het SO volgt;
- de contactgegevens van de persoon die door de school wordt aangeduid voor de opvolging van de opleiding/ modules waarvoor de leerling is ingeschreven.

De Huizen hebben decretaal geen opdracht om 12- tot 16-jarige leerlingen uit het voltijds secundair onderwijs op te volgen. Deze leerlingen moeten ook niet ingeschreven en opgevolgd worden in Matrix. De contactpersonen van de school en het betrokken CVO of CBE contacteren elkaar bij aanvang en afronding van de opleiding, bij vroegtijdige stopzetting of stagnatie van de leervorderingen.

Naar boven

 

Andere vragen over onderwijs

De Infolijn Onderwijs bundelde een aantal veelgestelde vragen over onderwijs.      

Naar boven